Controleer het blad op barsten bij de middelste opening of bij de tandbodems. De barsten ontstaan meestal doordat er tijdens het vijlen scherpe hoeken ontstaan zijn in de tandbodems of doordat men het blad gebruikt heeft met botte tanden. Als het blad barsten vertoont, moet het onmiddellijk verwijderd.

Controleer de steunflens op barsten die het gevolg kunnen zijn van materiaalmoeheid of te hard aanhalen. Verwijder de steunflens als deze barsten vertoont.

Let erop dat de borgmoer zijn borgkracht niet verliest. De borging van de moer moet een borgmoment van ten minste 1,5 Nm hebben. Het aanhaalmoment van de borgmoer moet 35-50 Nm zijn.

Controleer de beschermkap op beschadigingen en barsten. Vervang de beschermkap indien deze is blootgesteld aan stoten of barsten heeft.